-
1 room in
room in -
2 room
n. kamer; plaats--------v. een kamer bewonenroom1[ roe:m, roem]♦voorbeelden:2 ruimte ⇒ gelegenheid, kans♦voorbeelden:take up room • plaats innementhere's no room for doubt • geen twijfel mogelijk————————room2〈 werkwoord〉 〈 Amerikaans-Engels〉1 een kamer bewonen ⇒ inwonen, op kamers wonen♦voorbeelden:she roomed with us for six months • ze heeft een half jaar bij ons (in)gewoond
Перевод: с английского на все языки
со всех языков на английский- Со всех языков на:
- Английский
- С английского на:
- Нидерландский