Naar inhoud springen

moedeloos

Uit WikiWoordenboek
  • moe·de·loos
  • Afgeleid van moed met het achtervoegsel -loos en met het invoegsel -e-.
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen moedeloosmoedelozermoedeloost
verbogen moedelozemoedelozeremoedelooste
partitief moedeloosmoedelozers-

moedeloos

  1. (psychologie) somber doordat men de hoop heeft verloren
    • Door de vele nederlagen werden onze ploeggenoten moedeloos. 
  1. ▸ De hond lijkt te wensen dat hij moedeloos zijn schouders op zou kunnen halen.[1]
    ▸ ” Soms werd ik moedeloos van zijn kritiek.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑
    Frederik Backman
    “Britt-Marie was hier” (2015), Q, ISBN 9789021400679
  2. ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026334238
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be