moedeloos
Uiterlijk
- moe·de·loos
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | moedeloos | moedelozer | moedeloost |
| verbogen | moedeloze | moedelozere | moedelooste |
| partitief | moedeloos | moedelozers | - |
moedeloos
- (psychologie) somber doordat men de hoop heeft verloren
- Door de vele nederlagen werden onze ploeggenoten moedeloos.
- Het woord moedeloos staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "moedeloos" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Frederik Backman“Britt-Marie was hier” (2015), Q, ISBN 9789021400679
- ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026334238 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -loos in het Nederlands
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Psychologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %