Naar inhoud springen

gelaten

Uit WikiWoordenboek
  • ge·la·ten
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘in het lot berustend’ voor het eerst aangetroffen in 1461 [1]
  • vervoeging van laten: de stam met omvoegsel ge- -en [2]
vervoeging van: laten…
geen verbogen vorm

gelaten

  1. voltooid deelwoord van laten
    ▸ " Die slappe lul heeft ons hier allemaal in de steek gelaten, maar daar hoor ik niemand over.[3]
    ▸ Waar zou ze hem gelaten hebben? Zou ze hem tegelijk met de kist de oven in hebben geschoven? Even verderop hoor ik Gijs een geschiedenis- en aardrijkskundeles aan Nikki geven, over grondsoorten en leengraven.[4]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen gelatengelatenergelatenst
verbogen --gelatenste
partitief gelatensgelateners-

gelaten

  1. zonder de behoefte zich te weren, zich schikkend in zijn lot
    • Hij maakte een wel erg gelaten indruk. 


gelaten

  1. op gelaten wijze
    • Gelaten zei hij: "goed hoor". 
    ▸ 'Waarom ben jij er eigenlijk zo gelaten onder? Het gaat jou toch ook aan? Je werkt al zeventien jaar voor Van Alphen, het zou goed kunnen dat het binnenkort ophoudt.[4]

de gelaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gelaat
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]