Tasmanië
| Deelstaat van Australië | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Afkorting | Tas. | ||
| ISO 3166-2 | AU-TS | ||
| Hoofdstad | Hobart | ||
| Coördinaten | 42°ZB, 147°OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 68.401 km² | ||
| Inwoners (31-3-2022[1]) |
571.165 (7,8 inw./km²) | ||
| Overig | |||
| Tijdzone | UTC+10 | ||
| Zomertijd | UTC+11 | ||
| Telefoonzone | 61(0)3 | ||
| Website | www | ||
| |||
| Tasmaanse wildernis | ||
|---|---|---|
| Werelderfgoed gemengd | ||
Cradle Mountain achter Dove Lake | ||
| Land | ||
| UNESCO-regio | Azië en de Grote Oceaan | |
| Criteria | iii, iv, vi, vii, viii, ix, x | |
| Inschrijvingsverloop | ||
| UNESCO-volgnr. | 181 | |
| Inschrijving | 1982 (6e sessie) | |
| Uitbreiding | 1989 | |
| UNESCO-werelderfgoedlijst | ||
Tasmanië (Engels: Tasmania) is een staat van Australië, die voor het grootste deel uit het gelijknamige eiland bestaat en daarnaast meer dan duizend kleinere eilanden omvat. Het is zowel qua oppervlakte als qua inwoners de kleinste van zes Australische deelstaten en de enige die niet op het Australische vasteland ligt. De hoofdstad is Hobart.
Het eiland Tasmanië ligt 240 kilometer ten zuidoosten van het Australische vasteland en is ervan gescheiden door de Straat Bass. Met zijn 68.401 km² omvat het eiland 94 % van de oppervlakte van de staat Tasmanië. Het is het 26ste grootste eiland ter wereld.
Het eiland wordt gezien als scheiding tussen Grote en Indische Oceaan. Langs de westkust stroomt de Zeehanstroom, langs de oostkust de Oost-Australische stroom.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Tasmanië was het grootste deel van de afgelopen 100.000 jaar verbonden met het Australische vasteland. Daardoor werd het waarschijnlijk vrij snel bevolkt na de aankomst van de eerste ontdekkers in Australië. De eerste Australiërs zouden reeds 60.000 jaar geleden op het continent kunnen zijn aangekomen. Tasmaniërs zagen eruit als donkere Afrikanen. Ze waren vrij groot: de mannen waren gemiddeld 1,63 tot 1,70 meter, maar sommigen waren tot 2 meter lang. De oudste archeologische vindplaatsen van het eiland zijn de Warreengrot, met vondsten van naar schatting 34.790 jaar oud, en de Parmerpar Meethaneergrot met vondsten die tussen 44.200 en 34.000 jaar oud zijn.
De stenen werktuigen van de Tasmaniërs waren vrij primitief in vergelijking met die van andere moderne mensen. Het eiland raakte ongeveer 8.000 jaar geleden opnieuw gescheiden van het vasteland. Dat maakte nadien nog een aanzienlijke ontg de schatting, met tussen de 3.000 en 10.000 mensen. Er leefden verschillende stammen die regelmatig onderling oorlog voerden. De Tasmaniërs maakten zoals mensen elders kunst, onder andere rotskunst.
De gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, Antonie van Diemen, gaf Abel Tasman opdracht voor een ontdekkingsreis naar het vasteland van Australië. Op zijn reis ontdekte Tasman op 24 november 1642 het gebied dat later naar hem Tasmanië worden genoemd. Hijzelf noemde het naar zijn opdrachtgever Van Diemensland. Tasman, die voer langs de zuidkust van het gebied, zou nooit weten of het een eiland was, dan wel een deel van het Australische vasteland.
Het zou meer dan een eeuw duren voor opnieuw Europese schepen het eiland bezochten. Pas in 1777 landde er een Franse expeditie onder Marion du Fresne. In 1773 verkende de Brit Tobias Furneaux de oostkust, waarbij hij de naar hem genoemde Furneauxeilanden ontdekte, die tussen het Tasmaanse hoofdeiland en het Australische vasteland liggen. Het duurde tot 1798 dat de Britten Matthew Flinders en George Bass aantoonden dat Van Diemensland een eiland is en de kusten volledig in kaart brachten.
In 1803 stichtten de Britten er permanente nederzettingen, waaronder Hobart Town of Hobarton (nu Hobart), die de oudste stad van Australië is na Sydney. Meteen werden er ook Britse gevangenen ernaar gevoerd. Van Diemensland werd een bijzonder harde strafkolonie, waar in totaal bijna 80.000 veroordeelden naartoe zouden worden gedeporteerd. Aanvankelijk maakte het eiland administratief deel uit van de Britse kolonie Nieuw-Zuid-Wales, maar in 1825 werd het een aparte kolonie met eigen instellingen.
Het aantal inheemse inwoners (Aboriginals) bedroeg bij het begin van de Britse kolonisatie enkele duizenden. Ze zouden snel in aantal afnemen door besmettelijke ziekten en oorlog. Van 1828 tot 1831 gold de krijgswet tegen de inheemse bevolking, waarbij ze vrijwel volledig werden uitgeroeid.
In 1853 werden de deportaties stopgezet en twee jaar later kreeg de kolonie zelfbestuur, met een eigen grondwet en parlement. Op 1 januari 1856 werd de naam formeel veranderd in 'Tasmanië', een naam die toen al jaren informeel door de inwoners werd gebruikt.
Er leven geen rechtstreekse afstammelingen van oorspronkelijke Tasmaniërs meer, enkel nog mensen die afstammen van vrouwelijke Tasmaniërs en Europeanen.[2] De laatste volbloed Tasmaanse, Trucanini, stierf in mei 1876.[3]
Natuur
[bewerken | brontekst bewerken]Natuurbescherming
[bewerken | brontekst bewerken]Hoewel het eiland de kleinste deelstaat is, zijn er ongeveer 500 zelfstandige beschermde gebieden, met een totale oppervlakte van 40% van de landoppervlakte van Tasmanië. Het eiland werd lange tijd gezien als vooruitstrevend op het gebied van de natuurbescherming, maar inmiddels is dat niet meer het geval.[bron?]
Zo wordt de Styxvallei bedreigd door houtkapbedrijven en worden ook veel andere natuurgebieden die niet beschermd zijn, bedreigd met vernietiging. De status van de beschermde gebieden wordt zelfs als argument gebruikt om de ecologische diversiteit van de aangrenzende gebieden teniet te doen.[bron?] Desalniettemin staat de Tasmaanse wildernis qua natuur en cultuur op de Werelderfgoedlijst.
Roofbuideldieren
[bewerken | brontekst bewerken]
Op Tasmanië komen twee soorten roofbuideldieren voor. Zo is het eiland de enige plek waar de Tasmaanse duivel nog rondloopt, een 60 cm lang, vleesetend en zwart-wit gekleurd buideldier, bekend om zijn grote vraatzucht en wreedheid. Sinds eind 20e eeuw neemt het aantal Tasmaanse duivels zienderogen af. Dit is onder meer het gevolg van een tumorziekte. Een ander roofbuideldier dat hoofdzakelijk op Tasmanië wordt aangetroffen is de gevlekte buidelmarter, een buidelmarter van gemiddeld 35 cm lengte met een wit gevlekte, lichtbruine kleur.
Tot begin jaren 30 van de 20e eeuw was Tasmanië ook het enige gebied waar de buidelwolf (of Tasmaanse tijger) zich nog ophield, maar het laatste exemplaar van dit eveneens tot de roofbuideldieren behorende dier stierf in 1936 in de dierentuin van Hobart.
Andere dieren
[bewerken | brontekst bewerken]Tasmanië herbergt nog een aantal andere dieren die nergens anders (meer) voorkomen. De Pseudomys higginsi is een ongeveer 13 cm groot knaagdier, dat vooral in de hoger gelegen bossen leeft. De roodbuikpademelon is een bruinachtige kangoeroe van zo'n 60 cm hoogte die alleen nog op Tasmanië rondspringt. De Tasmaanse borstelstaartkangoeroerat is een ruim 30 cm lange, bruingrijze kangoeroerat die slechts Tasmanië nog als leefgebied heeft en zich 's nachts en op de grond voortbeweegt, en het vogelbekdier
Verkeer en vervoer
[bewerken | brontekst bewerken]De belangrijkste luchthavens zijn Hobart International Airport en Launceston Airport. Op Tasmanië is geen personenvervoer per trein, wel is er een smalspoornet alleen bestemd voor het goederenvervoer. De Spirit of Tasmania is de veerboot naar Geelong en vertrekt vanuit Devonport. Verder is er alleen openbaar vervoer per bus. De Tasman Highway en Midlands Highway zijn belangrijke wegen voor het verkeer.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Beautiful Tasmania, fotoimpressie vanuit de Tasmaanse studeerkamer van Benno Zuiddam
- Geschiedenis van Tasmanië