Naar inhoud springen

Leo Balai

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Leo Balai
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Leonard Willem Balai
Geboortedatum 1946
Geboorteplaats Paramaribo
Geboorteland Suriname, Nederland
Opleiding en beroep
Beroep historicus
Oriënterende gegevens
Jaren actief 2011
Werken
Genre(s) geschiedenis van de Nederlandse slavernij
Links
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Suriname

Leonard Willem (Leo) Balai (Paramaribo, 1946) is een Surinaams-Nederlands politicus en historicus. Hij was van 1986 tot 1998 lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Hij is gespecialiseerd in de Trans-Atlantische slavenhandel.

Leo Balai werd geboren in Paramaribo en werkte na de lagere school bij een suikeronderneming en als ambtenaar.[1] Hij kwam in 1969 aan in Nederland en studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, na een wisseling van studie,[2] af in bestuurskunde.[2]

Hij werd in 1986 voor de PvdA gekozen tot gemeenteraadslid in Amsterdam en bleef in deze functie aan tot 1998. Bij zijn aantreden was hij een van de drie eerste raadsleden van Amsterdam met een migratieachtergrond.[3] Hij kandideerde op de landelijke lijst in 1989, 1994 en 1998.

Toen hij in Rotterdam leidinggaf aan een onderzoeksafdeling, las hij over de schipbreuk van de Leusden van 1738 in de monding van de Marowijnerivier. Hierbij kwamen 664 slaafgemaakten om het leven. Met de bevestiging van hoogleraar Meindert Fennema dat het onderwerp zich leende voor een promotieonderzoek, besloot Balai het te bestuderen;[1] Fennema was in 2011 ook zijn promotor.[4] Van hoogleraar Henk den Heijer kreeg hij aanwijzingen hoe hij het kon aanpakken. Balai zegde zijn baan op en legde zich er vijf jaar op toe. Hij onderzocht de tien slaventransporten die met de Leusden waren gemaakt en documenteerde plaatsen waar slaafgemaakten aan boord gingen, in- en verkoopprijzen, aantallen slaafgemaakten, sterftecijfers, enz. Zijn werk resulteerde op 21 oktober 2011 in zijn promotie. Hij toonde onder meer de functie aan van de nog niet eerder beschreven bomba's: betaalde zwarte tussenpersonen die de slaafgemaakten in toom hielden en na aankomst terugkeerden naar Afrika.[2]

In zijn proefschrift schreef hij consequent over 'gevangenen' in plaats van 'slaven' als feitelijke rechtspositie tijdens hun reis. Historicus Johan Francke oordeelde in zijn recensie uit 2012 dat ook 'slaven' had geklopt voor hen die werkzaamheden aan boord verrichtten. Ook noemde hij dat 'onderdrukte gevangenen' niet sluitend was. Hij verwees hierbij naar The Slave Ship (2007) van Marcus Rediker, die vanuit marxistisch standpunt betoogde dat onderdrukking ook voor de bemanningsleden gold.[2]

Zijn boek kreeg een welkom ontvangst in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, waar het diende als basis voor de tentoonstelling De Zwarte Bladzijde. Deze vond plaats in 2013, het jubileumjaar van 150 jaar afschaffing van de slavernij.[5] Samen met externe adviseurs werden ook in het museum veel teksten aangepast naar het zwarte perspectief.[6]

Onderscheiding

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Ca. 1984: Rassendiscriminatie bestrijden, met Lotje Behoekoe Nam Radja
  • 1994: Politiek Racisme. Oorzaken, denkbeelden en bestrijding, met Meindert Fennema en Frank Elbers
  • 2011: Het slavenschip Leusden. Slavenschepen en de West-Indische Compagnie, 1720-1738
  • 2013: Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel. Over de belangen van Amsterdamse regenten bij de trans-Atlantische slavenhandel
  • 2021: Herengracht 502. Slavenhandel, geweld en hebzucht 1672-1927, met Clazien Medendorp
  • 2023: Deerie van Sinabo – De moord op een slavin