Digitales Wörterbuch der deutschen Sprache
Für Ihre Abfrage nach Staat gibt es mehrere Wörterbuchartikel.
  • 1Staat, der
    1. 1. unterschiedliche Institutionen, deren Zusammenwirken das geordnete Zusammenleben der in einem bestimmten abgegrenzten Gebiet lebenden Menschen sicherstellen soll
      1. ● Regierung, staatliche Organe
    2. 2. Hoheitsgebiet eines ¹Staats (1), Land
    3. 3. streng organisierte größere Gemeinschaft bestimmter Tiere, besonders Bienen, Ameisen

  • 2Staat, der
    1. [umgangssprachlich] festliche, kostbare Kleidung
      1. a) Pracht, Prunk
      2. b) ⟨mit jmdm., etw. Staat machen⟩
      3. c) ⟨(nur) zum Staat⟩

Staat, der

zitieren/teilen G aus dem Google-Logo
Form / GrammatikStaat · Substantiv (Maskulinum) · Genitiv Singular: Staat(e)s · Nominativ Plural: Staaten · Deklinationstabelle
Aussprache: [ʃtaːt]
Wortbildung  mit ›Staat‹ als Erstglied: staatenbildend / Staaten bildend · Staatenbildung / Staatsbildung · Staatenblock · Staatenbund · Staatenbündnis · Staatenfamilie · Staatengebilde · Staatengemeinschaft · Staatengruppe · Staatengruppierung · Staatenkoalition · Staatenlenker · staatenlos · Staatenordnung · Staatenpraxis · Staatenstaat · Staatensystem · Staatenverbindung · Staatenverbund · Staatenwelt · staatlich · Staatsaffäre · Staatsakt · Staatsaktion · Staatsamateur · Staatsamt · Staatsangehörige · Staatsangehörigkeit · Staatsangelegenheit · Staatsangestellte · Staatsanleihe · Staatsanteil · Staatsanwalt · Staatsanwältin · Staatsanzeiger · Staatsapparat · Staatsärar · Staatsarbeit · Staatsarchiv · Staatsaufbau · Staatsauffassung · Staatsaufgabe · Staatsaufsicht · Staatsauftrag · Staatsausgabe · Staatsautorität · Staatsbad · Staatsbahn · Staatsballett · Staatsbank · Staatsbankett · Staatsbankrott · Staatsbau · Staatsbeamte · Staatsbedienstete · Staatsbegräbnis · Staatsbegriff · Staatsbehörde · Staatsbeitrag · Staatsbesitz · Staatsbesuch · Staatsbeteiligung · Staatsbetrieb · staatsbewusst · Staatsbewusstsein · Staatsbibliothek · Staatsbudget · Staatsbürger · Staatsbürgerin · Staatsbürgerschaft · Staatsbürgschaft · Staatsbürokratie · Staatschef · Staatschor · Staatsdefizit · Staatsdenken · Staatsdiener · Staatsdienst · Staatsdinge · Staatsdinner · Staatsdisziplin · Staatsdoktrin · Staatsdomäne · Staatsdoping · Staatsdruckerei · Staatsduma · staatseigen · Staatseigentum · Staatseingriff · Staatseinkommen · Staatseinkunft · Staatseinnahme · Staatsempfang · Staatsensemble · staatserhaltend · Staatsetat · Staatsexamen · Staatsfahne · Staatsfarbe · Staatsfeiertag · Staatsfeind · staatsfeindlich · staatsfern · Staatsferne · Staatsfernsehen · Staatsfinanzen · Staatsfirma · Staatsflagge · Staatsfonds · Staatsform · Staatsforst · Staatsfrau · staatsfrei · staatsfromm · Staatsführer · Staatsführung · Staatsfunktion · Staatsfunktionär · Staatsgalerie · Staatsgarantie · Staatsgast · Staatsgebiet · Staatsgebilde · Staatsgedanke · staatsgefährdend · Staatsgefährdung · staatsgefährlich · Staatsgefängnis · Staatsgefüge · Staatsgeheimnis · Staatsgeld · Staatsgerichtshof · Staatsgeschäft · Staatsgeschick · Staatsgesellschaft · Staatsgesetz · Staatsgesinnung · Staatsgewalt · staatsgläubig · Staatsgrenze · Staatsgründer · Staatsgrundgesetz · Staatsgründung · Staatsgut · Staatshaftung · Staatshandel · Staatshandeln · Staatshaushalt · Staatshaushaltsplan / Staatshaushaltplan · Staatshilfe · Staatshoheit · Staatsholding · Staatshymne · Staatsidee · Staatsideologie · Staatsindustrie · Staatsinsolvenz · Staatsinstitut · Staatsinstitution · Staatsinteresse · Staatsintervention · Staatsinterventionismus · Staatskader · Staatskalesche · Staatskanzlei · Staatskanzler · Staatskapelle · Staatskapitalismus · staatskapitalistisch · Staatskarosse · Staatskasse · Staatskirche · Staatsklasse · staatsklug · Staatsklugheit · Staatsknete · Staatskomitee · Staatskommissar · Staatskonzern · Staatskörper · Staatskosten · Staatskredit · Staatskrise · staatskritisch · Staatskult · Staatskunde · Staatskunst · Staatskutsche · Staatslast · Staatsleben · Staatslehre · Staatsleistung · Staatsleitung · Staatslenkung · Staatslexikon · Staatslimousine · Staatslotterie · staatsloyal · Staatsmacht · Staatsmann · Staatsmaschine · Staatsmaschinerie · Staatsmaxime · Staatsmedium · Staatsmilliarde · Staatsminister · Staatsministerin · Staatsministerium · Staatsmittel · Staatsmodell · Staatsmonopol · Staatsmonopolist · staatsmonopolistisch · Staatsmonopolkapitalismus · Staatsmoral · staatsnah · Staatsnation · Staatsnot · Staatsnotrecht · Staatsnotstand · staatsnotwendig · Staatsnotwendigkeit · Staatsoberhaupt · Staatsoper · Staatsorchester · Staatsordnung · Staatsorgan · Staatsorganisation · Staatsorganismus · Staatspapier · Staatspartei · Staatspension · Staatspersonal · Staatspfründe · Staatsphilosoph · Staatsphilosophie · staatsphilosophisch · Staatsplan · Staatspleite · Staatspolitik · staatspolitisch · Staatspolizei · Staatsprämie · Staatspräsident · Staatspräsidentin · Staatspräsidium · Staatspraxis · Staatspreis · Staatspresse · Staatsprojekt · Staatspropaganda · Staatsprüfung · Staatsqualle · Staatsquote · Staatsräson · Staatsrat · Staatsrechnung · Staatsrecht · Staatsreform · Staatsregierung · Staatsreligion · Staatsrente · Staatsreserve · Staatsroman · Staatsruder · Staatsrundfunk · Staatssache · Staatssäckel · Staatsschatz · Staatsschauspieler · Staatsschauspielerin · Staatsschiff · Staatsschuld · Staatsschule · Staatsschutz · Staatsschützer · Staatssekretär / Staatsekretär · Staatssekretariat · Staatssekretarie · Staatssekretärin / Staatsekretärin · Staatssektor · Staatsservituten · Staatssicherheit · Staatssiegel · Staatssinn · Staatssklave · Staatssozialismus · Staatssoziologie · Staatsspitze · Staatssprache · Staatsstellung · Staatssteuer · Staatsstraße · Staatsstreich · Staatsstruktur · Staatssymbol · Staatssystem · Staatstätigkeit · Staatstelegramm · Staatsterror · Staatsterrorismus · Staatsterrorist · Staatstheater · staatstheoretisch · Staatstheorie · Staatstitel · staatstragend · Staatstrauer · Staatstrauerakt · staatstreu · Staatstreue · Staatstrojaner · Staatstyp / Staatentyp · Staatsunternehmen · Staatsverband / Staatenverband · Staatsverbrauch · Staatsverbrechen · Staatsverbrecher · Staatsverbund · Staatsverdrossenheit · Staatsverfassung · Staatsverlag · Staatsverleumdung · Staatsvermögen · Staatsverrat · Staatsverräter · Staatsversagen · Staatsverschuldung · Staatsverständnis · Staatsvertrag · Staatsverwaltung · Staatsverweigerer · Staatsvolk · Staatswagen · Staatswald · Staatswappen · Staatsweibel · Staatsweibelin · Staatswerdung · Staatswesen · staatswichtig · Staatswirtschaft · Staatswirtschaftskommission · Staatswissenschaft · Staatswohl · Staatszeitung · Staatszerfall · Staatszerrüttung · staatszersetzend · Staatsziel · Staatszirkus / Staatscircus · Staatszugehörigkeit · Staatszuschuss · Staatszweck
mit ›Staat‹ als Letztglied: Agrarstaat · Alpenstaat · Ameisenstaat · Andenstaat · Anliegerstaat · Anrainerstaat · Arbeiter-und-Bauern-Staat · Arbeiterstaat · Atomstaat · Aufnahmestaat · Ausbeuterstaat · Balkanstaat · Bauernstaat · Beamtenstaat · Beitrittsstaat · Beneluxstaat / Benelux-Staat · Bienenstaat · Binnenstaat · Bruderstaat · Bundesstaat · DDR-Staat · Drittstaat · Drohnenstaat · Duodezstaat · EG-Staat · Einheitsstaat · Einparteienstaat · Einzelstaat · Empfängerstaat · Empfangsstaat · Entsendestaat · EU-Staat · Euro-Staat · Feindstaat / Feindesstaat · Feudalstaat · Flächenstaat · Föderativstaat · Freistaat · Friedensstaat · Frontstaat · Führerstaat · Fürstenstaat · Gaustaat · Geberstaat · Gesamtstaat · Gläubigerstaat · Gliedstaat · Golfstaat · Gottesstaat · Großstaat · Handelsstaat · Hegemonialstaat · Heimatstaat · Herkunftsstaat · Hofstaat · Idealstaat · Industriestaat · Insektenstaat · Inselstaat · Interventionsstaat · Judenstaat · Kaiserstaat · Kalifatsstaat · Karibikstaat · Kastenstaat · Kirchenstaat · Klassenstaat · Kleinstaat · Kontinentalstaat · Krisenstaat · Kulturstaat · Küstenstaat · Machtstaat · Mandatarstaat · Mehrnationalitätenstaat · Mikrostaat · Militärstaat · Mitgliedstaat / Mitgliedsstaat / Mitgliederstaat · Mittelstaat · Modellstaat · Musterstaat · Nachbarstaat · Nachfolgestaat · Nachtwächterstaat · Nationalitätenstaat · Nationalstaat · Nazistaat · Obrigkeitsstaat · OECD-Staat · Ölstaat · Operettenstaat · Ordensstaat · Palästinenserstaat · Parteienstaat · Partnerstaat · Patrimonialstaat · Polizeistaat · Präventionsstaat · Pufferstaat · Quellenstaat · Randstaat · Rechtsstaat · Reformstaat · Satellitenstaat · Scheinstaat · Schengenstaat · Schurkenstaat · Schutzstaat · Schwellenstaat · SED-Staat · Separatstaat · Sicherheitsstaat · Siegerstaat · Signatarstaat · Sitzstaat · Sklavenhalterstaat · Sowjetstaat · Sozialstaat · SS-Staat · Stadtstaat · Ständestaat · Steuerstaat · Stiefelstaat · Südstaat · Sukzessionsstaat · Superstaat · Teilnehmerstaat · Teilstaat · Termitenstaat · Territorialstaat · Tierstaat · Tigerstaat · Transformationsstaat · Transitstaat · Überwachungsstaat · Unionsstaat · Unrechtsstaat · Unterdrückungsstaat · Unterzeichnerstaat · Vasallenstaat · Verbändestaat · Verfassungsstaat · Versorgungsstaat · Vertragsstaat · Verwaltungsstaat · Vielvölkerstaat · Volksstaat · Wechselstaat · Wechselwählerstaat · Weltstaat · Weststaat · Wohlfahrtsstaat · Wohnsitzstaat · Zentralstaat · Zukunftsstaat · Zwergstaat / Zwergenstaat
mit ›Staat‹ als Binnenglied: Doppelstaater · Doppelstaatler · Mehrstaatigkeit · Vielstaaterei · Zweistaatenlösung · Zweistaatentheorie · zweistaatlich

Bedeutungen

eWDG
1.
unterschiedliche Institutionen, deren Zusammenwirken das geordnete Zusammenleben der in einem bestimmten abgegrenzten Gebiet lebenden Menschen sicherstellen soll
Beispiele:
ein volksdemokratischer, sozialistischer Staat
ein moderner, fortschrittlicher, selbstständiger, unabhängiger, souveräner, neutraler, friedliebender, kriegführender Staat
ein feudalistischer, bürgerlicher, kapitalistischer, imperialistischer, kriegführender Staat
die ausländischen, benachbarten Staaten
die verbündeten Staaten
die neuen Staaten des ehemaligen Jugoslawien
der deutsche Staat
die Vereinigten Staaten von Amerika
die meisten Staaten der Erde sind Mitglieder der UNO
ein Staat der Arbeiter und Bauern
die Führer, Repräsentanten von Partei und Staat
die friedliche Koexistenz zwischen Staaten unterschiedlicher Gesellschaftsordnung
für die Anerkennung des neuen Staates eintreten, wirken
die Polizei, Armee bildete damals einen Staat im Staate (= hatte sich von der Staatsgewalt fast unabhängig gemacht)
die Trennung von Kirche und Staat
den Staat schützen, verteidigen
für die Interessen des Staates eintreten
zum Wohl des Staates handeln
bildlich, scherzhaftdas kann Vater Staat bezahlen (= das kann aus staatlichen Mitteln finanziert werden)
●
Regierung, staatliche Organe
Beispiele:
die sozialen Aufgaben des Staates
etw. von Staats wegen anordnen, verfügen, verbieten
von Staats wegen geschah alles erdenklich Mögliche, um den durch die Katastrophe Geschädigten zu helfen
2.
Hoheitsgebiet eines ¹Staats, Land
Beispiel:
der Minister bereiste mehrere afrikanische Staaten
3.
streng organisierte größere Gemeinschaft bestimmter Tiere, besonders Bienen, Ameisen
Beispiel:
der Staat der Honigbiene ist mehrjährig

Etymologie

Etymologisches Wörterbuch (Wolfgang Pfeifer)
Staat · staatlich · verstaatlichen · Staatsangehörigkeit · Staatsbürger · Staatsmann · Staatsstreich · Hofstaat
Staat m. ‘politische Herrschaftsform, die das Zusammenleben einer Gesellschaftsformation innerhalb festgelegter territorialer Grenzen regelt, Pracht, Aufwand’. Nur spärlich und unsicher ist belegt mhd. stat ‘Rechtszustand, Ausstattung’, häufiger dagegen in hansischen Urkunden (seit 14. Jh.) mnd. stāt ‘äußere und innere Verfassung, Lage, Umstände, Stand, Klasse, Stellung, Ansehen, Gesamtheit der Vertreter eines Standes, Aufwand’, verbreitet dann (vom 15. Jh. an) frühnhd. Stat ‘(sozialer) Stand, (gesellschaftliche) Stellung, Rang, Lebensweise, Zustand(auch des Vermögens), standesgemäßer Aufwand, Pracht, Prunk’. Der Ausdruck wird im 14. Jh. (ein zweifelhafter mhd. Beleg stammt aus dem 13. Jh.) aus lat. status ‘das Stehen, Stand, Wuchs, Zustand, Umstände, Lage, (durch die Geburt bedingte) soziale Stellung, fester Bestand, Wohlstand’, mlat. auch ‘Hofhaltung, Haushalt, Einkünfte, Rechnungslegung’ (s. Status), einer Bildung zu lat. stāre (statum) ‘stehen’ (verwandt mit stehen, s. d.), entlehnt. Der Übergang in den politischen Bereich beginnt sich bereits im Lat. anzubahnen, vgl. bei Cicero Fügungen wie status cīvitātis, status reī pūblicae, bei Tertullian Rōmānus status, status Iūdaeōrum (wo status statt sonst üblichem imperium, cīvitās, rēs pūblica steht). Doch Verwendungen dieser Art bleiben ohne nachhaltige Wirkung. Bis ins 16. Jh. entsprechen die dt. Bedeutungen des Wortes im wesentlichen dem allgemeinen lat. und mlat. Gebrauch. Erst vom 17. Jh. an erweitert sich der Bedeutungsumfang in Verbindung mit der staatlich-politischen Entwicklung in Europa (verschiedentlich beeinflußt von ital. Stato und frz. État); er erfaßt das Territorium, den Verwaltungsapparat, das fiskalische System, die fürstlichen Hoheitsrechte und die Rechte und Pflichten der Stände- oder Klassengesellschaft, die Vertretung der Macht nach außen und nach innen. Im einzelnen vgl. dazu Weinacht Staat (1968). Die bereits früh ausgebildete Bedeutung ‘Ausstattung, Aufwand, Pracht’ bleibt daneben unverändert lebendig und geht in der Umgangssprache auch in ‘Prunk, Putz, kostbare Kleidung, prächtiges Hausgerät’ über, vgl. redensartlich sich in Staat werfen (18. Jh.), Staat machen ‘sich herausputzen’ (19. Jh.), älter Staat (‘Eindruck, viel Aufhebens’) von etw. machen (um 1700). – staatlich Adj. ‘den Staat (im politischen Sinne) betreffend, von ihm ausgehend’ (Anfang 19. Jh.); älter in der Übersetzung für lat. polīticus (16. Jh.), dann im Sinne von ‘prächtig’ (18. Jh.). verstaatlichen Vb. ‘in Staatseigentum überführen, staatlicher Verwaltung unterstellen’ (2. Hälfte 19. Jh.). Staatsangehörigkeit f. (19. Jh.). Staatsbürger m. ‘Mitglied der Staat genannten Gemeinschaft’ (18. Jh.). Staatsmann m. ‘bedeutender Politiker eines Staates’ (2. Hälfte 17. Jh.), Übersetzung von frz. homme d’État; geläufig seit dem 18. Jh. (Schiller). Staatsstreich m. ‘auf einen plötzlichen Regierungswechsel abzielende Unternehmung, Putsch’ (19. Jh.), zuvor ‘staatskluge Unternehmung’ (17. Jh.); in beiden Fällen nach frz. coup d’ État. Hofstaat m. ‘Aufwand, Lebensführung, Haushaltung eines fürstlichen Hofes, Gesamtheit der zu einem Hof gehörenden Personen, schriftlich festgelegte Ordnung einer fürstlichen Hofhaltung’ (Ende 15. Jh.).

zum Abkürzungsverzeichnis …

Typische Verbindungen zu ›Staat‹ (berechnet)

Detailliertere Informationen bietet das DWDS-Wortprofil zu ›Staat‹.

Legende: Adjektive Substantive Verben

Verwendungsbeispiele für ›Staat‹

maschinell ausgesucht aus den DWDS-Korpora

Sie galten auch weiterhin als geeignet, dem Wohle des Staates zu dienen. [Hannover, Heinrich: Die Republik vor Gericht 1975 – 1995, Berlin: Aufbau-Taschenbuch-Verl. 2001 [1999], S. 163]
Die mit Abstand positivste Haltung legen die Vereinigten Staaten an den Tag. [Küsters, Hans Jürgen: Entscheidung für die deutsche Einheit. In: Deutsche Einheit, Berlin: Directmedia 2000 [1998]]
Nach der Gründung der Vereinigten Staaten behaupteten sie voller Stolz, eine unschuldige Nation zu sein. [Lepenies, Wolf: Kultur und Politik, München, Wien: Carl Hanser Verlag 2006, S. 353]
Sie haben sich dem Staat unterworfen, weil es ihnen an Kraft fehlt, sich selbst zu schützen. [Safranski, Rüdiger: Friedrich Schiller, München Wien: Carl Hanser 2004, S. 619]
Das ist bedeutend mehr als die bisherige Verfassung, aber weniger als zwei unabhängige Staaten. [Der Spiegel, 01.01.2001]
Zitationshilfe
„Staat“, bereitgestellt durch das Digitale Wörterbuch der deutschen Sprache, <https://www.dwds.de/wb/Staat#1>, abgerufen am 28.10.2026.

Weitere Informationen …

Diesen Artikel teilen:

Staat, der

zitieren/teilen G aus dem Google-Logo
Form / GrammatikStaat · Substantiv (Maskulinum) · Genitiv Singular: Staat(e)s · wird nur im Singular verwendet · Deklinationstabelle
Aussprache: [ʃtaːt]
Wortbildung  mit ›Staat‹ als Erstglied: Staatsfrack · Staatsgemach · Staatskerl · Staatskleid · Staatsweib
mit ›Staat‹ als Letztglied: Ballstaat · Brautstaat · Flitterstaat · Hochzeitsstaat · Sonntagsstaat · Trachtenstaat · Trauerstaat

Bedeutung

eWDG
umgangssprachlich festliche, kostbare Kleidung
Beispiele:
sie hatte zu dieser Feier ihren besten Staat angezogen
die Bergleute, Bäuerinnen waren auf dem Umzug in vollem Staat (= in Festtracht) zu sehen
übertragenes war ein (wahrer) Staat (= war herrlich, großartig, eindrucksvoll), wie er den Sieg davontrug
Tante Adelheid hatte sich in Staat geworfen [ FontaneStechlinI 5,97]
a)
Pracht, Prunk
Beispiele:
Staat machen (= Aufwand treiben)
Großer Staat herrschte da nicht in der Stube [ Natur u. Heimat1960]
b)
⟨mit jmdm., etw. Staat machen (= mit jmdm., etw. Eindruck machen)⟩
Beispiele:
mit diesen Leuten war kein, nicht viel Staat zu machen
mit dieser Garderobe kannst du keinen Staat mehr machen
Mit meinen eigenen Versen ist auch nicht viel Staat zu machen [ Feuchtw.Söhne494]
c)
⟨(nur) zum Staat (= nicht zum Gebrauch, sondern nur, um damit Eindruck zu machen)⟩
Beispiel:
das gute Porzellan stand nur zum Staat in der Vitrine

Etymologie

Etymologisches Wörterbuch (Wolfgang Pfeifer)
Staat · staatlich · verstaatlichen · Staatsangehörigkeit · Staatsbürger · Staatsmann · Staatsstreich · Hofstaat
Staat m. ‘politische Herrschaftsform, die das Zusammenleben einer Gesellschaftsformation innerhalb festgelegter territorialer Grenzen regelt, Pracht, Aufwand’. Nur spärlich und unsicher ist belegt mhd. stat ‘Rechtszustand, Ausstattung’, häufiger dagegen in hansischen Urkunden (seit 14. Jh.) mnd. stāt ‘äußere und innere Verfassung, Lage, Umstände, Stand, Klasse, Stellung, Ansehen, Gesamtheit der Vertreter eines Standes, Aufwand’, verbreitet dann (vom 15. Jh. an) frühnhd. Stat ‘(sozialer) Stand, (gesellschaftliche) Stellung, Rang, Lebensweise, Zustand(auch des Vermögens), standesgemäßer Aufwand, Pracht, Prunk’. Der Ausdruck wird im 14. Jh. (ein zweifelhafter mhd. Beleg stammt aus dem 13. Jh.) aus lat. status ‘das Stehen, Stand, Wuchs, Zustand, Umstände, Lage, (durch die Geburt bedingte) soziale Stellung, fester Bestand, Wohlstand’, mlat. auch ‘Hofhaltung, Haushalt, Einkünfte, Rechnungslegung’ (s. Status), einer Bildung zu lat. stāre (statum) ‘stehen’ (verwandt mit stehen, s. d.), entlehnt. Der Übergang in den politischen Bereich beginnt sich bereits im Lat. anzubahnen, vgl. bei Cicero Fügungen wie status cīvitātis, status reī pūblicae, bei Tertullian Rōmānus status, status Iūdaeōrum (wo status statt sonst üblichem imperium, cīvitās, rēs pūblica steht). Doch Verwendungen dieser Art bleiben ohne nachhaltige Wirkung. Bis ins 16. Jh. entsprechen die dt. Bedeutungen des Wortes im wesentlichen dem allgemeinen lat. und mlat. Gebrauch. Erst vom 17. Jh. an erweitert sich der Bedeutungsumfang in Verbindung mit der staatlich-politischen Entwicklung in Europa (verschiedentlich beeinflußt von ital. Stato und frz. État); er erfaßt das Territorium, den Verwaltungsapparat, das fiskalische System, die fürstlichen Hoheitsrechte und die Rechte und Pflichten der Stände- oder Klassengesellschaft, die Vertretung der Macht nach außen und nach innen. Im einzelnen vgl. dazu Weinacht Staat (1968). Die bereits früh ausgebildete Bedeutung ‘Ausstattung, Aufwand, Pracht’ bleibt daneben unverändert lebendig und geht in der Umgangssprache auch in ‘Prunk, Putz, kostbare Kleidung, prächtiges Hausgerät’ über, vgl. redensartlich sich in Staat werfen (18. Jh.), Staat machen ‘sich herausputzen’ (19. Jh.), älter Staat (‘Eindruck, viel Aufhebens’) von etw. machen (um 1700). – staatlich Adj. ‘den Staat (im politischen Sinne) betreffend, von ihm ausgehend’ (Anfang 19. Jh.); älter in der Übersetzung für lat. polīticus (16. Jh.), dann im Sinne von ‘prächtig’ (18. Jh.). verstaatlichen Vb. ‘in Staatseigentum überführen, staatlicher Verwaltung unterstellen’ (2. Hälfte 19. Jh.). Staatsangehörigkeit f. (19. Jh.). Staatsbürger m. ‘Mitglied der Staat genannten Gemeinschaft’ (18. Jh.). Staatsmann m. ‘bedeutender Politiker eines Staates’ (2. Hälfte 17. Jh.), Übersetzung von frz. homme d’État; geläufig seit dem 18. Jh. (Schiller). Staatsstreich m. ‘auf einen plötzlichen Regierungswechsel abzielende Unternehmung, Putsch’ (19. Jh.), zuvor ‘staatskluge Unternehmung’ (17. Jh.); in beiden Fällen nach frz. coup d’ État. Hofstaat m. ‘Aufwand, Lebensführung, Haushaltung eines fürstlichen Hofes, Gesamtheit der zu einem Hof gehörenden Personen, schriftlich festgelegte Ordnung einer fürstlichen Hofhaltung’ (Ende 15. Jh.).

zum Abkürzungsverzeichnis …

Typische Verbindungen zu ›Staat‹ (berechnet)

Detailliertere Informationen bietet das DWDS-Wortprofil zu ›Staat‹.

Legende: Adjektive Substantive Verben

Verwendungsbeispiele für ›Staat‹

maschinell ausgesucht aus den DWDS-Korpora

Sie galten auch weiterhin als geeignet, dem Wohle des Staates zu dienen. [Hannover, Heinrich: Die Republik vor Gericht 1975 – 1995, Berlin: Aufbau-Taschenbuch-Verl. 2001 [1999], S. 163]
Die mit Abstand positivste Haltung legen die Vereinigten Staaten an den Tag. [Küsters, Hans Jürgen: Entscheidung für die deutsche Einheit. In: Deutsche Einheit, Berlin: Directmedia 2000 [1998]]
Nach der Gründung der Vereinigten Staaten behaupteten sie voller Stolz, eine unschuldige Nation zu sein. [Lepenies, Wolf: Kultur und Politik, München, Wien: Carl Hanser Verlag 2006, S. 353]
Sie haben sich dem Staat unterworfen, weil es ihnen an Kraft fehlt, sich selbst zu schützen. [Safranski, Rüdiger: Friedrich Schiller, München Wien: Carl Hanser 2004, S. 619]
Das ist bedeutend mehr als die bisherige Verfassung, aber weniger als zwei unabhängige Staaten. [Der Spiegel, 01.01.2001]
Zitationshilfe
„Staat“, bereitgestellt durch das Digitale Wörterbuch der deutschen Sprache, <https://www.dwds.de/wb/Staat#2>, abgerufen am 28.10.2026.

Weitere Informationen …

Diesen Artikel teilen:

alphabetisch vorangehend alphabetisch nachfolgend
st
St.
St. Gallen
staad
staade Zeit
Staaten bildend
staatenbildend
Staatenbildung
Staatenblock
Staatenbund

Worthäufigkeit

selten häufig

Geografische Verteilung

Bitte beachten Sie, dass diese Karten nicht redaktionell, sondern automatisch erstellt sind.

Verteilung über Areale

Bitte beachten Sie, dass diese Karten nicht redaktionell, sondern automatisch erstellt sind.

Verlaufskurve

Verlaufskurve 1600−1999
Verlaufskurve ab 1946

Bitte beachten Sie, dass diese Verlaufskurven nicht redaktionell, sondern automatisch erstellt sind und Fehler enthalten können. Weitere Informationen dazu erhalten Sie auf dieser Seite. Klicken Sie auf die Verlaufskurve, um in der vergrößerten Ansicht mehr Details zu sehen.

Weitere Wörterbücher

Belege in Korpora

Loggen Sie sich im DWDS ein und recherchieren Sie Textbelege in unseren Korpora.