-
41 be a party to
be a party to -
42 be at
-
43 be on about something
be on about something -
44 be on
7 op het programma staan ⇒ gegeven/vertoond/opgevoerd worden, op de radio/tv zijn♦voorbeelden:the match is on • de wedstrijd is bezigthe water's on again • er is weer waterbe on with something new • met iets nieuws bezig zijn2 ‘I want to put five pounds on Little Red Riding Hood’ ‘Right, Sir, you are on’ • ‘Ik wil vijf pond zetten op Roodkapje’ ‘Voor mekaar/u staat genoteerd, meneer’ 〈bij weddenschap; eigenlijk ‘u doet mee’〉it was well on into the night • het was al diep in de nacht5 that's not on! • dat doe je niet!7 what's on at the Plaza tonight? • wat draait er vanavond in de Plaza?¶ 〈 informeel〉 be on about something • 〈 algemeen〉 het hebben over iets; 〈 pejoratief〉 altijd maar zeuren over iets〈 informeel〉 be on at/to someone • iemand aan z'n kop/hoofd zeuren〈 informeel〉 be on to someone • even/eens praten met iemand; weten wat voor vlees men in de kuip heeft〈 informeel〉 be on to something • iets in de gaten/de smiezen hebbenII 〈werkwoord + voorzetsel〉♦voorbeelden: -
45 bidding
n. bod; gebod[ bidding]♦voorbeelden: -
46 bimbo
n. mooi en dom iemand, vaak vrouwen (Minachtende Slang)[ bimboo] 〈meervoud: ook bimboes〉 〈informeel; pejoratief〉1 stoot ⇒ mokkel, dom blondje -
47 bird
n. vogel; kerel; meisje[ bə:d]1 vogel♦voorbeelden:bird of prey • roofvogelthey are birds of a feather 〈 voornamelijk pejoratief〉 • het is één pot nat, ze hebben veel gemeenkill two birds with one stone • twee vliegen in één klap slaanthe bird is/has flown • de vogel is gevlogen〈 informeel〉 give someone the bird • iemand uitfluiten/uitjouwen〈 informeel〉 (strictly) for the birds • lullig, onbenulliglike a bird • gezwind, vlotjes〈 spreekwoord〉 a bird in the hand (is worth two in the bush) • beter één vogel in de hand dan tien in de lucht〈 spreekwoord〉 birds of a feather flock together • waar duiven zijn, daar vliegen altijd duiven toe; gelijk zoekt zijn gelijk -
48 blabbermouth
-
49 blackguard
n. schurk, schelm, schavuit, gemene kerel[ blæga:d, -gəd] 〈 pejoratief〉1 schurk ⇒ bandiet, schoelje -
50 blithering
adj. leuterend, onsamenhangend kletsend[ bliðring] 〈 pejoratief〉♦voorbeelden:1 you blithering idiot! • volslagen/stomme idioot dat je bent!blithering nonsense • kklare onzin -
51 blood sport
-
52 bluestocking
n. blauwkous, geleerde vrouwbluestocking -
53 bold
adj. stoutmoedig; vrijpostig, brutaal1 (stout)moedig ⇒ doortastend, onverschrokken3 krachtig ⇒ goed uitkomend, duidelijk/scherp (omlijnd/(af)getekend)♦voorbeelden:be/make (so) bold (as) to disturb someone • zo vrij/brutaal zijn om iemand te storenmake bold with something • iets vrijelijk gebruikenbold imagination • levendige fantasie→ fortune fortune/ -
54 boor
-
55 bore
n. boorgat; kaliber; diameter; vervelend persoon--------v. boren; doordringen; vervelenbore1[ bo:] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 boorgat ⇒ geboord gat, boring3 boor————————bore21 (een gat) boren ⇒ drillen, een put slaan♦voorbeelden:1 doordringen ⇒ zich (een weg) banen, moeizaam vooruitkomen♦voorbeelden:1 they bored (their way) through the jungle/the crouwd • ze baanden zich moeizaam een weg door het oerwoud/de menigte2 vervelen♦voorbeelden:————————bore3→ bear bear/ -
56 bourgeois
adj. (klein)burgerlijk--------n. bourgeoisbourgeois1[ boeəzjwa:] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: bourgeois〉1 bourgeois ⇒ burger, iemand uit de middenstand/bezittende klasse————————bourgeois2 -
57 bovine
adj. dom, sloom; als een koe of rund--------n. runderachtig[ boovajn]♦voorbeelden: -
58 bowdlerize
v. kuisen, censureren van literatuur (genoemd naar Thomas Bowdler die een gecensureerde versie van Shakespeare's werken publiceerde) (ook "bowdlerise")bowdlerize, bowdlerise[ baudlərajz] 〈 pejoratief〉 -
59 brainwashing
-
60 brat
См. также в других словарях:
pejorativ — Adj abwertend per. Wortschatz fach. (20. Jh.) Entlehnung. Entlehnt aus l. peioratus, dem adjektivischen PPP. von l. peiorāre verschlechtern . Ebenso nndl. pejoratief, ne. pejorative, nfrz. péjoratif, nschw. pejorativ, nnorw. pejorativ.… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache