-
1 tempo
♦voorbeelden:het tempo verhogen • forcer l'alluredat tempo kan men niet volhouden • on ne peut pas continuer à ce rythme-làin het tempo van • au rythme dein razend tempo • en quatrième vitessetempo maken • faire vitehet tempo volgen • suivre le mouvementer zit geen tempo in • cela traînetempo! tempo! • plus vite! -
2 tempo maken
tempo maken -
3 slag
I 〈de〉♦voorbeelden:de slagen van het noodlot • les coups du destineen harde slag • un coup violentdat was een harde slag voor hem • c'était un coup dur pour luihij viel met een zware slag tegen de grond • il est tombé lourdement sur le solde klok gaf vier slagen • l'horloge a sonné quatre coupsmet één slag sloeg hij het aan stukken • il l'a brisé d'un seul coupmet elke slag van de hamer • à chaque coup de marteaude deur met een slag dichtdoen • claquer la porteop slag van tienen • à dix heures sonnantesmijn pendule is van slag • ma pendule décomptezonder slag of stoot • sans coup férirde slag bij Nieuwpoort • la bataille de Nieuport6 de slag van iets kwijtraken • perdre la main (pour faire qc.)de slag te pakken krijgen • prendre le coupeen slag maken • faire un pli12 iets een halve slag omdraaien • faire faire un demi-tour à qc.¶ iets met de Franse slag doen • faire qc. à la va-viteeen slag naar iets slaan • deviner qc.zijn slag slaan • réussir son coupaan de slag gaan • se mettre au travaildat boek maakte hem met één slag beroemd • ce livre l'a rendu célèbre d'un seul coupeen slag om de arm houden • se ménager une porte de sortiehij was op slag dood • il est mort sur le coupII 〈 het〉♦voorbeelden:mensen van hetzelfde slag • gens de la même espèce -
4 pet
pet1〈de〉♦voorbeelden:daar neem ik mijn petje voor af! • chapeau (bas)!zijn pet staat op een oor • il porte sa casquette sur l'oreille〈 figuurlijk〉 gooi maar in mijn pet! • je n'y comprends rien!; 〈 zoek het maar uit!〉 débrouille-toi!met de pet naar iets gooien • faire qc. à la va-vite〈 figuurlijk〉 ik zit hier met twee petten • ici, je porte deux casquettesgeen hoge pet op hebben van • ne pas avoir une haute opinion dedat gaat boven mijn pet • cela me dépasseik kan er met mijn pet niet bij • cela me dépasse————————pet2♦voorbeelden: -
5 slaan
2 〈 in het gezicht〉 gifler (qn.)3 [door een zwaaiende beweging op, van de plaats brengen; ook m.b.t. het oog, de blik] jeter4 [van het speelbord verwijderen] prendre♦voorbeelden:een steen sloeg een barst in het raam • une pierre a fêlé la vitreeiwit slaan • battre les blancs d'oeufsde gevangenen werden geslagen • les prisonniers étaient battuseen spijker in de muur slaan • enfoncer un clou dans le murde trommel slaan • battre le tambouralles kort en klein slaan • tout démolirzich door het werk heen slaan • venir à bout de son travail〈 figuurlijk〉 niet van iemand af te slaan zijn • être toujours pendu aux basques de qn.〈 figuurlijk〉 ergens niet weg te slaan zijn • ne pouvoir être délogé de qp.iemand in elkaar slaan • rouer qn. de coupsiemand in het gezicht slaan • frapper qn. au visagede bal over het hek slaan • envoyer le ballon par-dessus la grillestof uit een tapijt slaan • battre un tapisstof van zijn jas slaan • secouer la poussière de son manteau; épousseter son manteau 〈 met borstel〉2 iemand een mantel om het lichaam slaan • envelopper qn. dans un manteaude armen om de hals van iemand slaan • jeter les bras autour du cou de qn.zijn arm om iemand heen slaan • enlacer qn.de armen over elkaar slaan • croiser les bras2 [m.b.t. hart, pols; ook deur, trom] battre3 [m.b.t. klok] sonner4 [+ op][betreffen] concerner5 [begin maken met] se mettre (à faire qc.)♦voorbeelden:hard slaan • taper durmet de vleugels slaan • battre des ailesmet de armen en benen slaan • se démenerer maar op los slaan, in het wilde weg slaan • taper dans le taser flink op los slaan • ne pas y aller de main mortehet schip slaat aan stukken • le navire se brisehet water slaat tegen het schip • l'eau bat le navirede regen slaat tegen de ruit • la pluie fouette contre la vitrehet slaan van het hart • le battement du coeurhet slaan van de regen • le fouettement de la pluiehet slaat twee uur • deux heures sonnentdat slaat nergens op • ça ne rime à riendat slaat op de huidige situatie • cela se rapporte à la situation actuelleoverboord slaan • passer par-dessus bordde angst slaat hem om het hart • l'angoisse le paralysede rook slaat me op de adem • la fumée me suffoquetegen de grond slaan • tomber par terrede vlammen sloegen uit het dak • les flammes jaillissaient du toit -
6 spoed
♦voorbeelden:met gezwinde spoed • en toute hâtespoed maken • se hâterergens spoed achter zetten • se hâter de faire qc.spoed zetten achter een zaak • faire accélérer une affaireer is spoed bij • c'est urgentmet spoed • en hâteiemand tot spoed manen • presser qn. -
7 steek
5 [hoofddeksel] chapeau 〈m.〉 à cornes ⇒ 〈 met twee punten〉 bicorne 〈m.〉 ⇒ 〈 met drie punten〉 tricorne 〈m.〉♦voorbeelden:iemand een steek toebrengen • porter un coup à qn.een rechte steek breien • tricoter une maille à l'endroit〈 figuurlijk〉 iets met zaterdagse steken maken • faire qc. à la va-vitedie bewering houdt geen steek • cette affirmation ne tient pas deboutiemand in de steek laten • laisser tomber qn.zijn geheugen liet hem in de steek • il a eu un trou de mémoiregeen steek • rien du toutgeen steek zien • n'y voir gouttegeen steek uitvoeren • ne rien fichergeen steek waard zijn • ne pas valoir tripette→ link=breister breister -
8 uitkijken
1 [oppassen] faire attention3 [+ naar][voortdurend kijken; verlangend wachten] guetter♦voorbeelden:1 goed uitkijken hoor! • fais bien attention!ik kijk wel (linker) uit • tu peux toujours couriruitkijken met oversteken • faire attention en traversantkijk uit met vuurwerk • sois (soyez) prudent(s) avec le feu d'artificekijk uit (met) wat je doet • fais attention à ce que tu faisdeze kamer kijkt uit op de zee • cette pièce donne sur la mer3 naar iemand, iets uitkijken • guetter qn., qc.naar een andere baan uitkijken • être à la recherche d'un autre emploinaar de vakantie uitkijken • aspirer aux vacances¶ gauw uitgekeken zijn op iets, iemand • en avoir vite assez de qc., qn. -
9 hebben
1 [algemeen] avoir2 [verdragen] supporter♦voorbeelden:gelijk hebben • avoir raisonmag ik dat potlood even van je hebben? • je peux t'emprunter ton crayon une seconde?〈 zelfstandig〉 iemands hele hebben en houden • toutes les possessions de qn.(het) met iemand te doen hebben • plaindre qn.dagelijks met iemand te doen hebben • avoir journellement affaire à qn.je hebt alleen maar te doen wat ik zeg • tu n'as qu'à faire ce que je te disgeen klagen hebben • ne pas avoir à se plaindremag ik dat hebben? • je peux l'avoir?iets moeten hebben • vouloir absolument qc.van wie heb je dat? • qui t'a dit ça?hoe laat heb je het? • quelle heure as-tu?hoe heb ik het nu, hoe hebben we het nu met elkaar? • que faut-il penser de tout cela?het druk hebben • être très occupéwij hebben het goed met elkaar • nous nous entendons bienhoe heb ik het nu met je? • qu'est-ce que tu me fais là?ik heb het niet uit mijzelf • je ne l'ai pas inventéhebt u nog iets? • d'autres questions?het heeft er veel van dat … • tout porte à croire que … 〈+ aantonende wijs〉men weet niet wat men aan hem heeft • on ne sait jamais à quoi s'en tenir sur son compteiets bij zich hebben • avoir qc. sur soihet in zijn rug hebben • souffrir du doszij hebben iets met elkaar • ils ont une liaisoniets vrolijks over zich hebben • avoir l'air joyeuxiemand tot man hebben • avoir qn. pour marivan wie heeft hij dat? • de qui tient-il cela?veel van iemand hebben • tenir beaucoup de qn.zij heeft het niet van een vreemde • elle a de qui tenirhij heeft er niets op tegen • il n'a rien contreeen klap van heb ik jou daar • une gifle magistrale2 hij kan niet veel hebben • 〈m.b.t. drank〉 il ne supporte guère l'alcool; 〈 vlug overstuur〉 il panique très viteiets kunnen hebben • pouvoir supporter qc.iets niet willen hebben • ne pas vouloir de qc.〈 pejoratief〉 wat moet je (van me) hebben? • qu'est-ce que tu me veux?ik moet er niets van hebben • 〈 niets mee te maken〉 je ne veux pas en entendre parler; 〈 houd er niet van〉 très peu pour moi, mercimoet je net Freek hebben • et c'est à Freek que tu demandes ça?; 〈 dat is dé man〉 oh! alors Freek, c'est l'homme qu'il (te, nous) fautwaar wil je me hebben? • où veux-tu que je me mette?nu kom je waar ik je hebben wil • maintenant tu vois où je veux en venirwat had u gehad willen hebben? • vous désirez?iets zus of zo (gedaan) willen hebben • vouloir (qu'on fasse) qc. de telle ou telle façonwe zullen hem hebben • on l'auradan heb je dat • voilà, c'est ce qui arrivedaar zullen we (zul je) het hebben • il va y avoir du pétarddaar hebben we het (gedonder) • ça y est, voilà les emmerdements qui (re)commencentdaar heb je het al • nous y voilàje hebt ook groene druiven • il y a aussi des raisins verts〈 in opsommingen〉 daar heb je … • (alors) voilà …ik heb niets aan die prullen • cette camelote ne me sert à rienwat zullen we nu hebben • allons bon, quoi encore?daar heb je hem lelijk mee • là tu le tiens biendat heb je ervan • on pouvait s'y attendrede hoeveelste hebben we? • on est le combien aujourd'hui?liever hebben • aimer mieuxhij had het niet meer • il n'en pouvait pluswel heb ik ooit! • a-t-on jamais (vu)!heb je ooit van je leven! • a-t-on jamais vu de la vie!ik heb het niet op hem • je ne l'aime pasik zal het er met hem over hebben • je lui en parleraiik heb het tegen jou • c'est à toi que je parlehem om hebben • être bourré→ link=god godII 〈 hulpwerkwoord〉1 [ter aanduiding van de voltooide tijd bij werkwoorden] avoir ⇒ 〈 met wederkerend werkwoord, sommige werkwoorden die een beweging uitdrukken〉 être♦voorbeelden:gelachen dat we hebben! • qu'est-ce qu'on a ri!hij heeft het weggegeven • il l'a donné -
10 iets met de Franse slag doen
iets met de Franse slag doenfaire qc. à la va-vite -
11 iets met zaterdagse steken maken
iets met zaterdagse steken makenfaire qc. à la va-viteDeens-Russisch woordenboek > iets met zaterdagse steken maken
-
12 jagen
1 [(wild) vervolgen] chasser3 [dwingen tot snel(ler) gaan] presser♦voorbeelden:¶ een blos op het aangezicht jagen • faire monter le rouge au visage (de qn.)die wet werd door de Tweede Kamer gejaagd • la Chambre des députés a voté cette loi trop hâtivementerdoor(heen) jagen • dissipereen erfenis erdoor jagen • claquer un héritage1 [op jacht zijn] chasser2 [+ naar][rusteloos streven] courir (après)♦voorbeelden:het jagen • la chassezijn pols jaagt • son pouls bat trop vitede wolken jagen voorbij de maan • les nuages courent devant la lune -
13 komen
1 [algemeen] venir2 [aan-, overkomen] arriver (à)3 [toegevoegd worden aan] être ajouté (à)♦voorbeelden:er komen mensen vanavond • nous avons du monde ce soirer komt regen • il va pleuvoirin afwachting van de dingen die komen gaan • en attendant la suite des événementswat niet is, kan nog komen • tout est encore possibleeen paar dagen komen logeren bij iemand • venir passer quelques jours chez qn.komen te overlijden • venir à mourir, décéderik kwam, zag en overwon • je suis venu, j'ai vu, j'ai vaincudat komt eerst • cela passe avantkomt er nog wat van? • c'est pour aujourd'hui ou pour demain?er komt niets van in! • il n'en est pas question!dat komt ervan als je niet luistert • voilà ce qui arrive quand on n'écoute pasovereind komen • se levertussenbeide komen • intervenirhij kan niet uit zijn bed komen • il a des problèmes à se levervan school komen • rentrer de l'écoleje komt als geroepen • tu ne pouvais pas mieux tomberkomt u ook? • serez-vous des nôtres?ze zullen je zien komen! • ils te sentiront venir!er komen • y arriver〈 figuurlijk〉 komt hij er vandaag niet, dan komt hij er morgen • avec lui c'est tout doucement le matin, pas trop vite le soirer komt 15 % voor bediening bij • il faut ajouter 15 % pour le servicevan het een komt het ander • de fil en aiguilleer moet een kindje komen • ils vont (nous allons etc.) avoir un enfantiets te weten komen • apprendre qc.waardoor, hoe komt het? • comment ça se fait?hoe kom je daar nou bij?, hoe kom je erbij! • où vas-tu chercher cela?; où as-tu pris une telle idée?kom er eens aan, als je durft • touches-y si tu oseskom ik gelegen? • est-ce que je (vous) dérange?het komt niet zo nauw • ce n'est pas à un(e) cm (minute, franc etc.) prèsergens niet aan toe komen • ne pas trouver le temps de faire qc.dat komt (goed) van pas, uit • ça tombe à pichoe kom je aan die knul? • où as-tu déniché ce gars?aan geld zien te komen • se procurer de l'argentde wegen komen hier bij elkaar • les chemins se rejoignent ici〈 figuurlijk〉 ergens in (kunnen) komen • (pouvoir) s'imaginer qc.de optocht kwam langs mijn huis • le défilé est passé devant chez moiop een gedachte komen • avoir une idéeergens niet op kunnen komen • ne plus se rappeler qc.vervolgens kwam de spreker op een ander onderwerp • ensuite l'orateur aborda un sujet différentdat komt op 200 gulden • cela revient à 200 florinstot zichzelf komen • 〈 weer meester over zichzelf worden〉 se reprendre; 〈 weer bij bewustzijn komen〉 reprendre ses esprits -
14 lappen
1 [herstellen] rapiécer2 [met een zeemlap schoonmaken] nettoyer (avec une peau de chamois)3 [sport en spel] gratter♦voorbeelden:dat lap jij hem niet • tu ne t'en sortiras pasiemand iets lappen • jouer un tour à qn.dat zou jij mij niet moeten lappen • ça ne prendrait pas avec moiiemand erbij lappen • moucharder qn. -
15 met de pet naar iets gooien
met de pet naar iets gooienfaire qc. à la va-vite -
16 om
om1♦voorbeelden:1 waar gaat het om? • de quoi s'agit-il?kom daar nu eens om! • on n'en fait plus des pareils¶ toen we de hoek om kwamen, … • après avoir tourné le coin de la rue, nous …doe je mantel om • mets ton manteau sur tes épauleshij had een das om • il portait une cravate'm om hebben • être partideze weg is om • ce chemin fait un détourdat is minstens een kwartier om • c'est un détour d'au moins un quart d'heurehet uur is om • l'heure est passéeuw tijd is om • c'est l'heureals de week om is • à la fin de la semainede wind is om • le vent a tournéde dagen zijn zo gauw om • les journées passent vitedat gaat buiten hem om • 〈 daar weet hij niets van〉 cela se passe à son insu; 〈 daar heeft hij niets mee te maken〉 il n'y est pour rien; 〈 dat raakt hem niet〉 cela ne le concerne pasom en om • alternativement————————om2〈 voorzetsel〉1 [rondom] autour de2 [vlak bij] tout près3 [omstreeks] vers4 [juist op het tijdstip van] à 〈+ tijdaanduiding〉5 [telkens na] tous, toutes les 〈+ tijdaanduiding〉6 [(in ruil) voor; ter wille van; vanwege] pour♦voorbeelden:om het huis lopen • faire le tour de la maisonde weg loopt om het huis heen • le chemin contourne la maisonmet een glimlach om zijn lippen • le sourire aux lèvresom de tafel gaan zitten • s'asseoir autour de la tablede kroeg om de hoek • le bistrot du coinzij had haar kinderen om zich (heen) • elle était entourée de ses enfantsze is al om en (na)bij de zestig • elle approche de la soixantaineom en (na)bij drie jaar • environ trois ans6 het is om de zaak, niet om de persoon te doen • il s'agit de l'affaire, non de la personneik kom om te eten • je viens pour mangerom niet • pour rien→ link=hand hand -
17 ongeluk
♦voorbeelden:1 (iemand) ongeluk brengen • porter malheur (à qn.)hij wacht op mijn ongeluk • il attend ma ruinedaar komen ongelukken van • c'est comme ça que les accidents arriventzich een ongeluk lachen • se tordre de rirebij een ongeluk omkomen • être tué dans un accidentzich een ongeluk sjouwen • s'épuiser à coltinerbij, per ongeluk • par accident→ link=ambacht ambacht -
18 tekenen
1 [ondertekenen] signer4 [vertonen, doen blijken; merken] marquer♦voorbeelden:ik teken ervoor altijd zulk weer te hebben • avoir toujours un temps pareil, je ne serais pas contreiets voor gezien tekenen • viser qc.vanmiddag hebben we tekenen • cet après-midi nous avons dessingoed kunnen tekenen • bien (savoir) dessiner3 zij wist de toestand duidelijk te tekenen • elle a réussi à nous dépeindre clairement la situationdat tekent de toestand • cela donne une image de la situationhij werd voor het leven getekend • 〈m.b.t. litteken〉 il en a gardé la cicatrice toute sa vie 〈 ook figuurlijk〉; 〈m.b.t. reputatie〉 cela l'a stigmatisé pour la vie¶ dat tekent hem helemaal! • c'est bien lui!een fraai getekend tijgervel • une peau de tigre d'un dessin magnifique♦voorbeelden:¶ hij zag er slecht uit, maar hij tekent altijd gauw • il avait mauvaise mine, mais il a vite les traits tirés -
19 vliegen
1 [algemeen] voler2 [snel voorbijgaan] s'envoler♦voorbeelden:1 ga je vliegen of neem je de boot? • tu prends l'avion ou le bateau?leren vliegen • apprendre à piloter (un avion)hoger (willen) vliegen dan men kan • dépenser plus que ce qu'on azij vliegt niet hoog • ce n'est pas un aigleiemand tegemoet vliegen • courir à la rencontre de qn.van hot naar haar vliegen • courir à droite et à gauchevliegen over iets • survoler qc.zijn ogen vlogen over de regels • ses yeux glissaient sur les lignesde bijl vloog van de steel • la hache s'est détachée du manchehet vliegen • le vol¶ hij ziet ze vliegen! • il a des visions, la berlue!de lucht in vliegen • sauter→ link=oor oorII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [door de lucht vervoeren] transporter en avion2 [besturen] piloter♦voorbeelden: -
20 weerlicht
♦voorbeelden:als de weerlicht iets doen • faire qc. en quatrième vitesseen nu als de weerlicht naar bed! • maintenant au lit, et plus vite que ça!
См. также в других словарях:
Faire vite — ● Faire vite se hâter, se dépêcher … Encyclopédie Universelle
vite — [ vit ] adj. et adv. • mil. XIII e; viste mil. XIIe; « prompt, hâtif » en a. fr.; o. i., probablt rad. expressif I ♦ Adj. (vx après le XVIIe; repris fin XIXe) Sport ou littér. Rapide. Le coureur le plus vite. « C est un mouvement qui est vite ou… … Encyclopédie Universelle
faire — 1. faire [ fɛr ] v. tr. <conjug. : 60> • Xe; fazet 3e pers. subj. 842; lat. facere. REM. Les formes en fais (faisons, faisions, etc.) se prononcent [ fəz ] I ♦ Réaliser (un objet : qqch. ou qqn). 1 ♦ Réaliser hors de soi (une chose… … Encyclopédie Universelle
Faire L'amour : De La Pilule À L'ordinateur — Faire l amour : de la pilule à l ordinateur est un film à sketches franco suédo américano nippo allemand réalisé par Jean Gabriel Albicocco, Thomas Fantl, Sachiko Hidari et Gunnar Höglund en 1969, sorti en 1971. Sommaire 1 Synopsis 2 Fiche… … Wikipédia en Français
Faire l'amour - Emmanuelle et ses soeurs — Faire l amour : De la pilule à l ordinateur Faire l amour : de la pilule à l ordinateur est un film à sketches franco suédo américano nippo allemand réalisé par Jean Gabriel Albicocco, Thomas Fantl, Sachiko Hidari et Gunnar Höglund en 1969,… … Wikipédia en Français
Faire l'amour : De la pilule a l'ordinateur — Faire l amour : De la pilule à l ordinateur Faire l amour : de la pilule à l ordinateur est un film à sketches franco suédo américano nippo allemand réalisé par Jean Gabriel Albicocco, Thomas Fantl, Sachiko Hidari et Gunnar Höglund en 1969,… … Wikipédia en Français
Faire l'amour : de la pilule à l'ordinateur — Faire l amour : de la pilule à l ordinateur est un film à sketches franco suédo américano nippo allemand réalisé par Jean Gabriel Albicocco, Thomas Fantl, Sachiko Hidari et Gunnar Höglund en 1969, sorti en 1971. Sommaire 1 Synopsis 2 Fiche… … Wikipédia en Français
Faire l'amour : De la pilule à l'ordinateur — Faire l amour : de la pilule à l ordinateur est un film à sketches franco suédo américano nippo allemand réalisé par Jean Gabriel Albicocco, Thomas Fantl, Sachiko Hidari et Gunnar Höglund en 1969, sorti en 1971. Sommaire 1 Synopsis 2 Fiche… … Wikipédia en Français
Faire l'élastique — Glossaire du cyclisme Sommaire 1 A 2 B 3 C 4 D 5 E … Wikipédia en Français
Faire le trou — Glossaire du cyclisme Sommaire 1 A 2 B 3 C 4 D 5 E … Wikipédia en Français
Faire parler la classe — Glossaire du cyclisme Sommaire 1 A 2 B 3 C 4 D 5 E … Wikipédia en Français