Naar inhoud springen

kenmerk

Uit WikiWoordenboek
  • ken·merk
enkelvoud meervoud
naamwoord kenmerk kenmerken
verkleinwoord kenmerkje kenmerkjes

het kenmerk o

  1. karakteristieke eigenschap
    ▸ Sterfelijkheid is het kenmerk van het tijdelijke, individuele leven, dat zich eenmalig in de tijd voltrekt: lineair, van geboorte tot dood.[3]
    ▸ In verband met Nietzsches beeld van de arts die ook arts voor zichzelf moet zijn, is nog een ander kenmerk van deze lezingen van belang.[4]
    ▸ Geloof is een essentieel kenmerk van Kierkegaards filosofische en religieuze gedachtegoed.[5]
    ▸ Hij noemt Boer "een grootheid van wie ik het meest heb kunnen leren". Van de Laar: "Zijn belangrijkste kenmerk was zijn liefde voor natuur. Daar haalde hij energie en voldoening uit en dat liet hij terugzien op het bord."[6]
vervoeging van
kenmerken

kenmerk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenmerken
    • Ik kenmerk. 
  2. gebiedende wijs van kenmerken
    • Kenmerk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kenmerken
    • Kenmerk je? 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]