Theo Francken: “Wij, hard? Ik vind van niet”

Die maandagochtend op Franckens kabinet is de stemming rustig. De staatssecretaris haalt goede herinneringen op aan zijn studentenjaren, al kleurt hij die niet heel concreet in. “Vooral Erasmus, in Udine in Italië, was geweldig. Maar ook met mijn broer op kot in Leuven was het leuk. Iedereen kwam er goed overeen en we gingen samen naar de 24-uren-loop of andere activiteiten van grote studentenverenigingen. De pedagogische kring en fakbar stelden echt niets voor, dus ging ik bij Ekonomika in het sportcomité. Ik was het type dat veel cantussen en weinig lessen deed, maar op het einde van het jaar alles gaf. En dat lukte.”
Pedagogie deed hij graag, zegt hij. “Op internaat in Rotselaar was ik hoofdleider van de KSA en ik was actief in de speelpleinwerking. Ik wou daarin verder. Waarom? Euh, waarom niet? Spelen, opvoeden, ik vond dat fijn. Tijdens mijn studie groeide mijn interesse voor het beleidsmatige en koos ik voor onderwijskunde. Toen ik bij de VU-ID-fractie in het Vlaams Parlement begon te werken, was dat in de Commissie voor Onderwijs. In wat ik gestudeerd heb dus, ook al weten mensen dat niet altijd.”
Een inspiratie voor en tijdens zijn stageperiode was zijn KSA-leider Joris Vandenbroucke, nu Vlaams parlementslid voor sp.a, toen bestuurslid van de Volksuniejongeren. Dat is Francken nooit geweest. “Ik was wel geïnteresseerd, maar daar bleef het bij. Ik kom ook niet uit een politieke familie.” Op papier is dat nest zelfs een contra-indicatie van zijn Vlaams-nationalisme, want vader – een dokter in de Dorpsstraat in Lubbeek – is wel een Vlaming, maar zijn moeder, een historica, is geboren en getogen in Frankrijk. “Ze kwam op haar achttiende aan de Franstalige letterenfaculteit van de KU Leuven studeren en leerde onze pa kennen. Ze waren een van de weinige gemengde koppels in die broeierige jaren van Leuven-Vlaams.”
Tackle
Hij zegt als jonge kerel niet meteen voor de rechterkant van het politieke spectrum te hebben gekozen. “Ik was Vlaams-nationalistisch en nationalisme is niet links of rechts. Pas later volgde de maatschappelijke invulling. En dan nog. Sociaal-economisch ben ik misschien eerder rechts, maar over ethische thema’s ben ik helemaal niet zo conservatief.” Zijn keuze voor N-VA is wel glashelder. “En dat is voor pedagogen, met wie ik nog regelmatig praat, laten we zeggen …”, hij glimlacht, “… minder evident.”
Wie is Theo Francken?
- °1978, Lubbeek
Gestudeerd
- 2001: Pedagogie (KU Leuven)
Loopbaan
- 2001-2010: wetenschappelijk medewerker bij N-VA-fractie in Vlaams Parlement & adjunct-kabinetschef van minister Geert Bourgeois
- 2010-2014: volksvertegenwoordiger voor N-VA in de Kamer, specialisatie defensie, koningshuis en migratie
- 2013-nu: burgemeester van Lubbeek
- 2014-nu: staatssecretaris voor Asiel en Migratie en Administratieve Vereenvoudiging
Privé
- Getrouwd, zoon en dochter
- Woont in Linden
Intussen waaien protestgeluiden van op de kleine Ring de vergaderzaal binnen. Het zijn deze keer niet de sans-papiers die de afgelopen maanden al vaak betoogden voor Franckens kabinet. Zijn forse voornemen van duizend extra uitwijzingen per jaar maakte hem niet populair, net zomin als dat om gezinnen met kinderen zonder verblijfspapieren op te sluiten in Steenokkerzeel. Velen verwijten hem een te kil cijferbeleid, waarin niet de mens centraal staat maar zijn al dan niet economische meerwaarde voor ons land.
“De zaken worden gigantisch op een hoop gegooid”, reageert hij gelaten. Hij staat op en haalt in zijn kantoor een blad papier waarop hij zijn visie uittekent. We belanden in stemming twee. Daarin raakt hij op dreef en gebruikt hij herhalingen voor nadruk. Hij blikt nog maar zelden weg. Dit is bekend terrein.
“Asiel en migratie zijn twee verschillende dingen. Het eerste gaat over de internationale bescherming van vluchtelingen (onlangs kondigde hij aan meer te willen doen voor Syrische vluchtelingen – red.), het tweede over mensen die naar hier migreren voor hun werk, hun studie – twee vormen van actieve migratie – voor gezinshereniging of om hier om medische of humanitaire redenen geregulariseerd te worden – passieve migratie. Mijn model, en dat van de regering, wil de verhouding tussen actieve en passieve migratie naar fiftyfifty brengen in plaats van 20 versus 80 procent zoals nu. Brengen wij dan een hard verhaal? Ik vind van niet. Maar perceptie is alles in deze wereld. Op den duur wordt dat vermoeiend, maar bon, zo is het nu eenmaal.”
Minder gelaten is hij over de hetzes bij het begin van zijn nieuwe ambt. Hij verspeelde toen meteen krediet door zijn aanwezigheid op het verjaardagsfeest van VMO-oprichter Bob Maes, door oude mails met een homofoob tintje en een oud Facebook-bericht over het gebrek aan economische meerwaarde van de Marokkaanse, Congolese en Algerijnse diaspora. PS en CdH eisten zijn ontslag. “De manier waarop sommige politici en media me met de voeten vooruit getackeld hebben en dingen uit hun context trokken, vond ik bijzonder laag. Veel mensen hebben er blijkbaar plezier in om de N-VA af te schilderen als een extreemrechtse, discriminerende of racistische partij.” Francken kreeg doodsbedreigingen, zijn kroost politiebewaking. “Het was niet evident. Maar of ik daardoor twijfelde aan mijn beleid? Nee.”
Dikker vel
Dat deed hij naar eigen zeggen ook niet na de dood van Oumar Dansoke, de 25-jarige Guineeër die zichzelf in brand stak in de toiletten van Fedasil. “Er heeft zich toen ook iemand opgehangen in het gesloten centrum. Het was een hele zwarte dag. Ik ben meteen degenen van mijn mensen die erbij betrokken waren een hart onder de riem gaan steken. Administratief is in deze twee dossiers absoluut geen enkele fout gemaakt, maar het is natuurlijk aangrijpend. Het gaat over mensen. Er is een reden waarom de meesten dit mandaat maar één keer opnemen. Maggie De Block was ook geen kandidaat om zichzelf op te volgen.”
Er is een reden waarom de meesten dit mandaat maar één keer opnemen. Maggie De Block was ook geen kandidaat om zichzelf op te volgen.
En toch moet hij zulke negatieve beslissingen blijven nemen als dat de wet is, vindt hij. “Rechtlijnigheid is voor mij het hoogste goed. Kijk naar onze partij. We zijn door de woestijn gegaan, maar we bleven consequent hetzelfde verhaal brengen. Ik ben ervan overtuigd dat dat is wat veel Vlamingen in de N-VA en in mij appreciëren.” Wat zijn persoonlijke verwezenlijkingen betreft, is hij vooral fier op de verstrenging van de wet op de gezinshereniging – “daar schreven we een mooi verhaal” – en op de afschaffing van de snel-Belgwet en de invoering van de belastingplicht voor de koninklijke familie.
Maar er waren ook moments sans gloire. Terug naar stemming één. In 2006 greep de nieuwe N-VA-afdeling in Lubbeek, waarvan hij lijsttrekker was, nipt naast één van de 23 zetels. “Een ongelooflijk bittere pil, want we hadden met hart en ziel gewerkt. Het is de enige keer dat ik in de politiek heb geweend.”
“Ondertussen heb ik een dikker vel. Dat moet ook, want in de Wetstraat is het elke dag een strijd, vooral tegen het cynisme. Ik betrap mezelf er soms ook op en dat vind ik verschrikkelijk. Het beste tegengif was burgemeester zijn omdat je dan dicht bij de mensen staat en die zijn niet cynisch. Mijn burgemeesterambt is vanwege mijn staatssecretarisschap opgeschort, maar ik blijf veel onder de mensen komen.”
Rechtvaardige rechters
Hij zucht. Omdat het buiten zo gepolariseerd is. “Werkgevers en werknemers, moslims en christenen, N-VA en socialisten – nee nee, wij zijn ook niet vrij van schuld. Maar ik maak me er zorgen over en wil mee een goeie samenleving vormgeven.” Een eenduidige migratiewet maakt daar voor hem deel van uit. Terug naar stemming twee. “We moeten nu iets doen aan de poorten van Europa.* Puur in theorie kun je meegaan in het idee van la libre circulation des êtres humains, zoals Ecolo het wil. Maar dan moet je wel voor een stuk onze sterke sociale zekerheid sluiten, want je kunt niet de hele wereld binnenlaten én ze allemaal quasi gratis gezondheidszorg geven. Ook over criminele illegalen ben ik realistisch. De cijfers zijn er en ik ga niet zoals de vorige regeringen doen alsof ik het niet gezien heb. Ik wil echt verandering brengen in dit departement.”
Ik wil een school die solidair is, maar niet socialistisch. Elitair, maar niet blank.
Ook persoonlijk staat hem een droom voor ogen: een eigen school oprichten. “Er is grote vraag naar hoogstaand onderwijs, gestoeld op bepaalde principes. Streng maar rechtvaardig bijvoorbeeld. Punten aftrekken voor dt-fouten, het gezag van de leerkracht herstellen. Ik wil een school die solidair is, maar niet socialistisch. Elitair, maar niet blank. Iedereen krijgt een kans, maar de ene zal de hoge standaarden aankunnen, de andere niet. Dat is dan maar zo.”
Ook thuis geldt het motto van het televisieprogramma De rechtvaardige rechters. “Net zoals bij mijn ouders. Maar als je als papa alleen in het weekend thuis bent, is het niet plezant om altijd streng te zijn”, geeft hij toe. Het weekend betekent: thuis zijn, sporten, koken of naar de spionkop van OH Leuven, pint in de hand. “Al lukt het niet altijd, want als je in de week al weinig thuis bent …” Hij grijnst veelbetekenend.
Zijn vrouw, die hij leerde kennen in pedagogie, werkt nu voor de universitaire associatie. Rector Torfs was onlangs misnoegd over de 160 euro die Francken buitenlandse studenten wil laten betalen voor een visum. “Daarover loopt momenteel overleg”, sust hij. “Voor de KU Leuven sta ik altijd ter beschikking. Iedereen weet dat ik een hart heb voor de universitaire wereld.”
* Het interview vond plaats vóór de bootvluchtelingencrisis volop in het nieuws kwam.